HUUR

Een huurovereenkomst is een wederkerige overeenkomst waarbij de ene partij (de verhuurder) zich ertoe verbindt aan de andere partij (de huurder) gedurende een bepaalde periode het gebruik en genot te verschaffen van een goed, en waarbij de huurder zich ertoe verbindt hiervoor een bepaalde prijs te betalen (art. 1709 BW).

In principe kunnen alle goederen en rechten verhuurd worden. Zaken die buiten de handel zijn (bijvoorbeeld zaken die behoren tot het openbaar domein), kunnen uiteraard niet worden verhuurd. Er bestaan nog enkele andere uitzonderingen.

Een huurovereenkomst kan in beginsel zowel schriftelijk als mondeling worden aangegaan. 

Gemene huurrecht

De algemene regels die het huurrecht beheersen, liggen vervat in de artikelen 1714 tot 1762bis van het Burgerlijk Wetboek en maken het zogenaamde 'gemene huurrecht' uit. Zij zijn grotendeels van aanvullend recht. 

Woninghuur

De Woninghuurwet (opgenomen in het Burgerlijk Wetboek) is van toepassing op de huurcontracten betreffende een woning die een huurder, met toestemming van de verhuurder (de toestemming kan stilzwijgend zijn), vanaf de ingenottreding tot zijn hoofdverblijfplaats bestemt, of die de huurder in de loop van de huurovereenkomst tot hoofdverblijfplaats bestemt maar dan wel met de schriftelijk toestemming van de verhuurder. 

(Vanaf 1 januari 2019 zou het nieuwe Huurdecreet in werking treden.)

Handelshuur

Het doel van de Handelshuurwet is de kleinhandelaar en de ambachtsman, die in rechtstreeks contact staat met het publiek, een stabiele huurovereenkomst te verschaffen omdat een stabiele verkooplocatie een essentieel onderdeel van de handelszaak vormt. Vandaar ook dat de minimumduur van een handelshuurovereenkomst negen jaar bedraagt. 

De bepalingen van de Handelshuurwet zijn over het algemeen van dwingend recht.

Pacht 

De huur van onroerende goederen die, hetzij vanaf de ingenottreding van de pachter, hetzij krachtens een overeenkomst van partijen in de loop van de pachttijd, hoofdzakelijk gebruikt worden in het landbouwbedrijf (met uitsluiting van de bosbouw) van de pachter is een pacht.

Onder landbouwbedrijf wordt verstaan de bedrijfsmatige exploitatie van onroerende goederen met het oog op het voortbrengen van landbouwproducten die in hoofdzaak bestemd zijn voor de verkoop.

Ook het in gebruik nemen van onroerende goederen, zoals hiervoor bepaald, maar dan door middel van de vestiging van een vruchtgebruik onder de levenden door de wil van de mens en voor bepaalde duur, is als pacht te beschouwen en valt derhalve onder de bepalingen van de Pachtwet.

© 2017 - 2020 Hegis Legal | sitemap | rss